“Mijn vertrouwen in vrouwen was helemaal weg in die periode. Toen kwam ik er voor het eerst achter dat ik gevoelens had voor jongetjes. Toen ik een jaar of twaalf was, had ik wel eens spelletjes gedaan met een vriendje van dezelfde leeftijd maar er verder nooit bij stil gestaan. Toen het spaak liep met mijn vriendin merkte ik dat ik bewust naar jongetjes van die leeftijd keek. Ik schaamde me, voelde me schuldig.
Ik probeerde het te smoren in drank, maar dat hielp niet. Op mijn negentiende ging ik in de fout. Nota bene met mijn neefje, het zoontje van mijn oudste zus. Niet dat ik hem verkracht heb of erger. Nee, maar ik heb hem wel gedwongen tot seksuele handelingen. Ik heb hem geestelijk gemanipuleerd. Toen zag ik dat niet, nu wel. Pedofielen spinnen heel langzaam en geduldig een web om iemand heen. En uiteindelijk gaat zo’n jongetje doen wat je van hem vraagt.
Mijn zus kwam erachter en heeft het tegen mijn ouders verteld, waar ik bij was. Ik schaamde me zo dat ik ben weggerend. Mijn vader kwam me achterna. Maar hoe graag hij ook wilde, ik kon er niet met hem over praten. Ik schaamde me om wat ik gedaan had en omdat ik niet in staat was een goede zoon te zijn. Ondanks alles is hij altijd achter me blijven staan.”