“Omdat ik er op geen enkele manier voordeel van had – ik werd er niet rijk van of zo – zijn mijn delicten direct te herleiden tot gestoordheid. Dat is ook de reden van mijn TBS. Het is heel moeilijk aan te geven wat precies de oorzaak is van dat gestoorde gedrag. Meerdere dingen hebben een rol gespeeld: karakter, drugs, beïnvloedbaarheid, zwakke identiteit, thuissituatie, de omgeving in de stad. Die multicausaliteit verklaart ook waarom niet iedereen met een moeilijke jeugd zo over de schreef gaat als ik gedaan heb.
Bij mijn laatste delict ben ik echt helemaal geflipt. Een vulkaanuitbarsting van agressie. Met dodelijke afloop. Later hoorde ik dat het vijfendertig messteken waren. Zelf kon ik het niet meer terughalen. Het was een meisje. We hadden iets samen. Ik herinner me dat we ruzie kregen. Ze zei dat ze haar broer op me af zou sturen. Daarna ben ik helemaal buiten mezelf geraakt.
Ik vond het verschrikkelijk voor haar ouders en haar familie. Maar op de een of andere manier heb ik de gruwelijkheid van mijn daad steeds op een afstand proberen te houden, al lukte dat niet echt. Het was te pijnlijk. Ik denk dat het gruwelijk pas echt goed tot me doordrong toen ik jaren later die terroristische internetfilmpjes zag over executies enzo. Ik was diep geschokt. Ik had spijt van mijn daad maar vreesde tegelijk voor mijn leven. Ik was en ben nog steeds bang voor de wraak van de familie. Er is een poging gedaan, toen ik net vastzat. Een groep Antillianen wilde me pakken in de gang. Een Koerdische jongen heeft toen mijn leven gered: ‘Vandaag wordt er niet gevochten,’ zei hij.”