De tbs-maatregel is primair bedoeld om ernstige vormen van recidive te voorkomen. Uit wetenschappelijk onderzoek met betrekking tot tbs’ers van wie de tbs tussen 1974-2008 door de rechter werd beëindigd, blijkt dat het percentage ex-tbs ’ers dat binnen twee jaar na beëindiging van de maatregel opnieuw werd vervolgd voor een delict met een maximale strafdreiging van 4 jaar of meer (de zg. ernstige recidive) in de laatste jaren is gedaald van 36,4% naar 17,0%. Voor tbs-waardige recidive (een misdrijf waarvoor een nieuwe tbs kan worden opgelegd) nam het percentage af van 12,9% naar 4,4%. (zie bijlage: Factsheet 2011-6 WODC). Ondanks de stijging van het aantal ex-tbs’ers met een uitgebreid strafrechtelijk verleden laten de recidivecijfers over de hele linie een dalende trend zien. De recidivecijfers van veroordeelden die een langdurige gevangenisstraf hebben uitgezeten zijn veel minder gunstig. Naar de oorzaken van deze dalende trend wordt verder onderzoek gedaan. In ieder geval slaagt de tbs-sector er in om het overgrote deel van de tbs’ers na behandeling veilig te laten terugkeren in de samenleving. Hieruit volgt dat de tbs-behandeling effectief is.

__________________________

Regelmatig publiceert het WODC (Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum bij het ministerie van Veiligheid en Justitie) recidivestudies, waaronder die over de TBS. Zie hier.

 

__________________________

 

Geen grote verschillen in recidive tbs-klinieken

Bij geen enkele van de tien grotere tbs-klinieken wijkt de recidive af van wat men mag verwachten, als je kijkt naar de kenmerken van de tbs-populatie die zij behandelen.

Dat blijkt uit een onderzoek over dit onderwerp van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC), het onderzoekcentrum van het ministerie van Veiligheid en Justitie. Op 19 november 2014 is het rapport naar de Tweede Kamer gestuurd. Het is de eerste keer dat de recidivecijfers van klinieken niet-geanonimiseerd in beeld zijn gebracht. Zie verder het nieuwsbericht hierover en de visie van Goof van Gemert, directeur Forensische Zorg bij DJI, naar aanleiding van dit rapport. Het betreffende rapport Recidivecijfers per fpc (Cahier 2014-15 WODC) is bij de bijlagen opgenomen.

__________________________

Nederland geeft TBS een voldoende

 

In de zomer 2015 werd in opdracht van Forum TBS een representatief onderzoek uitgevoerd onder 461 respondenten. J.L. van Emmerik en O. Maathuis bewerkten de onderzoeksgegevens ten behoeve van een eerste presentatie op het symposium ‘TBS voor de media!’ dat Forum TBS op 29 oktober 2015 organiseerde op de Radboud Universiteit Nijmegen.

Opmerkelijk is dat 90% van de ondervraagden zegt ‘ongeveer’ of ‘precies’ bekend te zijn met TBS. De meeste respondenten krijgen hun informatie via TV en/of kranten, waarbij opvalt dat jongeren hun informatie meer via internet en sociale media vergaren. Mannen, ouderen, hoog opgeleiden en mensen met hoge inkomens zijn het meest bekend met TBS. Het minst bekend met TBS zijn vrouwen, jongeren, lager opgeleiden en mensen met lage inkomens. De respondenten vinden de verslaggeving niet echt objectief maar redelijk genuanceerd en enigszins sensationeel. Mensen die positiever over TBS oordelen, oordelen ook positiever over het nieuws hierover. Er is een lichte samenhang tussen een positief oordeel en de mate van kennis die mensen zeggen te hebben. Opvallend is dat bij TBS vooral beschrijvende associaties (kenmerken) worden genoemd, minder spontaan worden uitgesproken emoties, oordelen of opmerkingen over effectiviteit genoemd. Dit duidt op een lage emotionele betrokkenheid, een onderwerp waar de respondenten niet te lang bij willen stilstaan. Het rapportcijfer over TBS dat de respondenten in dit onderzoek geven is 6, waarbij 30% een 5 of lager geeft, 30% een 6 en 40% een 7 of hoger. Hoger opgeleiden geven een 6,6 en lager opgeleiden een 5,6. De hoogste inkomensgroep is met een 6,8 positiever dan andere inkomensgroepen. Beveiligen van de samenleving door plaatsing in klinieken en geleidelijke terugkeer in de maatschappij zien de meesten als doelstelling (meer dan 60%). Voorkomen van recidive en gedragsverandering door behandeling worden minder als doelstelling gezien (minder dan 50%). De TBS slaagt ‘gedeeltelijk’ in haar doelstellingen (‘gedeeltelijk’ ca. 60-80% van de bevolking; 5-30% zelfs ‘volledig’, afhankelijk van de gepercipieerde doelstelling). Mensen die positiever oordelen over TBS vinden TBS ook vaker effectief. Een forse meerderheid begrijpt dat TBS anders is dan opsluiting én ook dat het verlofstelsel er bij hoort. Maar de respondenten zijn niet overtuigd van de deskundigheid van TBS klinieken. Een positiever oordeel gaat gepaard met hoger rapportcijfer over het verlofstelsel, de expertise van behandelaars en de effectiviteit.

Zie voor de presentatie van het imago-onderzoek 2015 op het symposium van 29 oktober 2015 bij de bijlagen.

______________

Een nadere analyse en bewerking van de uitkomsten van het door Forum TBS in 2015 uitgevoerde onderzoek naar het imago van de tbs leidde in 2017 tot de publicatie 'TBS en het beeld hiervan bij de Nederlandse bevolking' in het tijdschrift Sancties (2017, nr. 3) met als auteurs Jos van Emmerik en Onno Maathuis (beiden zijn lid van de kerngroep van Forum TBS) .